Brief aan de koning

Geachte Sire, 

 

Op donderdagavond 6 december 2018 had ik het genoegen u en de koningin te mogen ontmoeten. Ik wens u nogmaals te bedanken voor uw gastvrijheid. We werden hartelijk ontvangen bij u thuis, in het Kasteel van Laken. Het werd een onvergetelijke avond: het verfijnde eten en de lekkere wijn, de indrukwekkende wandtapijten, de imposante architectuur van uw kasteel. Wat me opviel was de gedetailleerde afwerking van alles wat ons omringde; de stoelen waar we op zaten, het bloemstukje op onze tafel, de porseleinen borden met gouden afwerking, het zilveren bestek met sierlijke detaillering. Ik waande me in een sprookje. Nooit eerder werd ik omringd door zoveel sierlijke schoonheid. Als kunstenaar en vormgever ben ik altijd al gefascineerd geweest door esthetiek. Een mens vindt het fijn om zichzelf te omringen met mooie dingen. Ik vind het een merkwaardig gegeven, hoe mensen kunnen genieten van een perfect rond geknipte buxus struik in hun tuin. 

Hecht u veel belang aan schoonheid, Sire? U wordt al van kinds af omringd door deze esthetiek, dus ik kan me wel voorstellen dat dit voor u een vanzelfsprekendheid is geworden. Voor mij was het toch een beetje wennen. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat deze schoonheid me ook wat overweldigde en zelfs een beetje ongemakkelijk deed voelen. Op onze uitnodiging van dit koninklijk diner werd gevraagd om in ‘stadskledij’ te komen. In kostuum met stropdas, een wit hemd en deftige schoenen. Het dragen van een kostuum voelt voor mij eerder als een masker opzetten, een façade van deftigheid. Het voelt oncomfortabel omdat ik een kostuum associeer met de businesswereld, haantjesgedrag. Mensen die zich belangrijker voelen dan andere mensen. Hiermee wil ik niet insinueren dat ik deze indruk had bij u, beste Sire. Integendeel, u leek me een bescheiden koning, dat siert u wel. Als ik u aan tafel vroeg naar uw artistieke interesses, wist u ons te vertellen dat u graag schildert en ‘probeert’ piano te spelen. 

Het was fijn om zo een beeld te kunnen vormen van uw dagelijkse leven, iets wat voordien eerder tot de verbeelding sprak. Het lijkt me toch niet evident om koning te zijn. Tenslotte is het niet iets waar u zelf voor gekozen hebt. Verlangt u soms niet naar een leven dat zich meer buiten de spotlights afspeelt? Droomt u er soms van om te kunnen ontsnappen? Weg van uw kasteel en van de drukke agenda aan staatsbezoeken, ontmoetingen met mensen waar u niet zelf voor kiest. Stelt u zich soms voor hoe het leven zou zijn als gewone burger, in alle anonimiteit? Stelt u zich soms voor dat u zou wonen in een rijhuisje in de Muide, een schiereilandje ten noorden van Gent, zoals ik nu. 

Als ik het omgekeerde doe en mezelf probeer voor te stellen dat ik de koning van België ben, dan zou ik het best moeilijk hebben met de grote verantwoordelijkheid die er mee gepaard gaat. Ik zou me nog het meeste zorgen maken over die immense rijkdom die ik erf bij het koningschap. Samson en Gert zingen in een ouder liedje van hen ‘Had je tien miljoen, wat zou jij dan doen?’ 

Ik lees op het internet dat u in 2019 een dotatie ontvangt van 12.267.000 euro. Als ik dit even vergelijk met mijn huidige financiële toestand, wat op jaarbasis zo’n 20.000 euro moet zijn, is dat ongeveer 613 keer mijn jaarsalaris. Voor alle duidelijkheid, ik ben zeer tevreden met mijn salaris. Ik kan alles kopen wat ik nodig heb. En het is fijn te kunnen sparen voor iets waar je echt naar uitkijkt, zoals een reis maken of een huis kopen. Het lijkt me niet gemakkelijk als u in principe alles kan kopen wat u wil. Een soort vrijheid die ervoor zorgt dat een mens niet meer kan dromen van iets, omdat alles mogelijk is.

Hoe gaat u daarmee om, Sire? Ik lees op de site van de Belgische monarchie dat u een ‘dienst voor rekwesten en sociale zaken’ hebt, die verzoeken van sociale hulp behandelt. Ik vraag mij af hoe dit dan in zijn werking gaat. U krijgt jaarlijks vast veel brieven van mensen die om financiële hulp vragen. De dienst behandelt dan deze brieven, maar hebt u daar dan ook zeggenschap in? De koningin en u, zo had ik de indruk, zijn mensen die zich oprecht bekommeren om de inwoners van België. Toch kunt u natuurlijk niet op al deze verzoeken ingaan. 

Als koning hebt u een goed beeld van wat er allemaal leeft in ons land. Waar zitten volgens u de grootste uitdagingen? Als u naast uw symbolische functie als staatshoofd ook de politieke macht had om het beleid mee te bepalen, waarin zou u dan investeren? 

Ik moet u nog iets bekennen, Sire. In mijn artistieke praktijk bedenk ik ideeën, concepten en projecten ter ‘verblijding’ of verbetering van mens en maatschappij. Ik vind het vooral fijn om dingen te bedenken die mensen samenbrengen, een ontmoeting of verbinding tot stand brengen tussen mensen en ons aan het denken zet over ons kortstondige leven en de waarde hiervan. Dit schrijven is ook zo’n poging, om dichter bij u te komen en in dialoog te gaan, van mens tot mens. 

Ik heb een koffielepel. Niet die van mij maar die van u, Sire. Het was een impulsieve, intuïtieve daad van mij, om tijdens mijn bezoek een koffielepel te stelen. Niet omdat ik een koffielepel van u wilde, maar omdat ik de kleine symbolische actie van het stelen van een onbenullige koffielepel bij de koning wel poëtisch vond. Als een herinnering aan deze unieke ontmoeting en confrontatie met een wereld die voor mij volledig vreemd is. Voor mij is dit geen daad van verzet, ik heb oprecht veel respect voor wat u doet voor ons land, maar eerder een uitnodiging tot dialoog. Ik hoop dat u op deze uitnodiging in wenst te gaan, beste koning Filip. Ik nodig u dan ook graag uit op de koffie. Dat kan bij mij of bij u, naargelang u wenst. Dan kan ik uw koffielepel teruggeven. Dan kunnen we praten over onze verschillen en gelijkenissen. Want hoe verschillend we ook lijken te zijn, naar mijn gevoel zijn we twee bescheiden mensen en ‘proberen’ we gewoon allebei het beste te maken van onze korte tijd dat we als mens op deze aardbol kunnen rondlopen. 

Hoopvol in afwachting van uw reactie.

 

Vriendelijke groeten,

 

Reinout Dewulf

Meulesteedsesteenweg 183

9000 Gent