ZINK 04 – De Jeugd

mei 2018

Voor het vierde nummer vroegen we zeventien jonge schrijvers en illustratoren te kijken naar ‘de jeugd’. We stuurden dit thema zonder veel nadenken de wereld in, benieuwd naar wat we toegestuurd zouden krijgen. In ZINK 04 wandelt een stoet van prematuren, pleegkinderen, afwezige vaders en badjuffrouwen. Er wordt rondgehangen op speelplaatsen, in zwembaden, in nachtclubs en op YouTube. In het ene verhaal wordt er lijm gegeten, in het andere wordt er doorgelekt. 

'een kind bereikt het toppunt van verveling / op het moment dat het te oud is voor vingerverven', schrijft Else Kemps in haar gedicht De overblijfkinderen. In ZINK 04 wordt er duchtig gevingerverfd, amper verveeld.